Interview met Richard Egarr

‘The closer you get to baroque, the dirtier it gets’

Richard Egarr: meester van de oude muziek op alle mogelijke toetsen. Bij het Residentie Orkest is hij al jaren te gast als dirigent van Bach tot Beethoven. Binnenkort zet hij Bruckners ‘Nullte’ symfonie op onze lessenaars. Eh, wacht eens even… Egarr dirigeert Bruckner?

Richard Egarr werd in 1963 geboren in Noord-Engeland, als zoon van een spoorwegwerker. Thuis speelde de radio altijd popmuziek, en peuter Richard vond de zang van Perry Como en Cliff Richard best aangenaam. Maar al snel kwam er meer muziek in zijn leven, want op het schooltje dat Richard in die tijd frequenteerde, speelde bij het ochtendappèl een juf op een piano. Dat instrument fascineerde hem. Hij verzocht zijn ouders met klem zo’n ding in huis te halen. Zij zwichtten, en vonden voor hem een oude scheepspiano, waarop kleine Richard zich stortte met al zijn ongetemde muzikale energie. Al snel bleek het opklapbare toetsenbord met vijf octaven te krap voor zijn talent en er werd in een schuur een echte, maar versleten piano gevonden. ‘Die kon niet tot de normale toonhoogte worden gestemd’, vertelt Richard lachend, ‘en die halve toon verschil – barokstemming dus – was absoluut een voorteken!’

Koorknaap
Nadat het gezin naar York was verhuisd, werd Richard koorknaap in de lokale kathedraal, en onderging er een brede muzikale training. Hij kreeg onder meer piano- en orgelles en leerde veel oude muziek kennen. Het orgel beklijfde dusdanig dat Richard voor nader onderricht naar Manchester ging, en later naar Clare College, Cambridge. Daar trof hij in 1982 in een kapel een klavecimbel aan, en begon er op te spelen. Al snel voegden zich enkele musici bij hem, en samen exploreerden zij de toen nog goeddeels onontsloten wereld van de Oude Muziek. In 1987 werden Richard en zijn ensemble gecoached door Gustav en Marie Leonhardt in Amsterdam – een stad die hij in zijn hart sloot en waar hij nog immer woont.

Dirigeren
In de jaren negentig maakte Richard carrière als solist en kamermuzikant. Hoe is hij aan het dirigeren geraakt? ‘In Cambridge kon je naar hartenlust experimenteren en concerteren. Ik dirigeerde veel koorwerken, maar al snel ook instrumentale muziek, gewoon van achter het klavecimbel. De musici vonden dat blijkbaar niet al te vervelend, dus ben ik het blijven doen. Later werden de ensembles wat groter, tot symfonieorkesten aan toe, tot mijn stomme verbazing én genoegen!’

In 2006 werd Richard music director van de Academy of Ancient Music. Sindsdien is hij ook geregeld te gast als dirigent van grotere ‘bands’, zoals het London Symphony Orchestra, Dallas Symphony Orchestra, het Koninklijk Concertgebouworkest en het Residentie Orkest. Werkt hij anders met symfonieorkesten dan met barokensembles? ‘Ik geef bij symfonieorkesten nooit college over speelstijl en zo, daar is ook geen tijd voor. Het gaat steeds over sfeer, over kleuren en zelfs geuren. Natuurlijk weten barokspelers ‘hoe het hoort’, maar toch zijn er kloeke verschillen in speelstijl tussen bijvoorbeeld een Nederlands en een Amerikaans of Frans barokensemble. Dus ook bij hen houd ik me vooral bezig met muzikale communicatie. En die is altijd hetzelfde, of ik nu voor tien of honderd musici sta.’

Vibrato
Richards opvattingen over onder meer het gebruik van vibrato zijn helder. ‘The closer you get to baroque, the dirtier it gets! Vibrato is altijd een kwestie van smaak geweest, echter het dóórvibreren, dus het vibreren van élke noot, is een uitvinding van de twintigste eeuw. Maar ook de nu gangbare wijze van ‘barokviool’ spelen – vibratoloos, veel losse snaren, lage posities, alles heel schoon – dat is echt een misvatting! Het portamento, dus het verbinden van de ene noot met de volgende, was in de klassieke tijd en daarvóór de norm. Als je vingerzettingen van violisten als Jean-Marie Leclair en Ferdinand David bekijkt, zie je hoe ze melodieën op één snaar houden en kleur geven met subtiele glissandi, en misschien op een langere noot een tikje vibrato. Zo imiteerden ze de menselijke stem.’

Bruckners Nullte
Wat voor speelstijl heeft Richard voor het Residentie Orkest in gedachten bij Bruckners ‘Nullte’ symfonie? ‘Deze symfonie is gecomponeerd in 1865. Houd in gedachten dat Bruckner, Brahms, Wagner tijdgenoten van Mendelssohn waren. Wat voor bezetting hadden de orkesten toen? Had Bruckner de zestig strijkers van het moderne symfonieorkest in gedachten, of kon hij net als Brahms toe met veertig? En welke speelwijze hanteerden de musici, die toen allemaal nog ‘klassiek’ geschoold waren? Het portamento was ook in die tijd usance. Orkestmusici maakten onderling afspraken over het gebruik ervan, dat kun je nu nog horen op opnames van begin twintigste eeuw. En het vibrato werd in principe gedoseerd gebruikt, al waren er toen al dirigenten die klaagden over al dat doorvibreren! Ik wil maar zeggen: alles was toen in beweging, en dat maakt Bruckners symfonieën ook voor mij interessant. Het Residentie Orkest is natuurlijk bij uitstek het orkest waarmee ik dit avontuur kan en wil aangaan!’

Ronald Touw

Soltani meets Egarr

vrijdag 8 februari, 20:00 uur
Zuiderstrandtheater, Den Haag

Meer info
GA TERUG NAAR NIEUWSOVERZICHT