Mahlers Eerste: Alle uitersten van een dag wandelen

Column van Caspar Janssen

De vroegste zanger, nog in de rand van de nacht, is het roodborstje. Ik weet het, van die enkele keren dat het me lukte om wel ver voor zonsopgang op te staan en op pad te gaan. Alleen liep ik daar, in de vroege schemering, in het nog dichte duinbos. De roodborst zet zijn klaterende strofes in zo ongeveer op het moment dat de bosuil het voor gezien houdt. Zijn waterige riedel volgt de hele toonladder, vlug, alsof hij het orkest dat nog op ontwaken staat op scherp wil zetten. Langsam, schleppend gaat het nog, maar even later is er al geen houden meer aan, dan roeren de fluiters en de roffelaars zich massaal. Een laatste ree vlucht voor de eerste wandelaar het bos in, en als de zon eenmaal echt op is zwakt het concert af. Alleen de uitbundige zang van de nachtegaal houdt nog even aan, af en toe onderbroken door de koekoek in de verte, vilein en geniepig, onzichtbaar als altijd. Daarna komt het moment dat je, als wandelaar, op jezelf bent aangewezen.

Ik loop graag in gezelschap, maar de meest indringende herinneringen heb ik aan die dagen dat ik alleen op pad ging. De alleenheid dwingt het je te verhouden tot je omgeving, en tot je binnenwereld. Je loopt, dat is dat je doet, en zo word je een levende ontvanger voor wat je tegenkomt, de zintuigen staan op scherp. Dat is niet altijd een feest. Alleen lopen maakt ook ontvankelijk voor emoties, voor stemmingswisselingen. Opeens het diepe besef dat je in het leven op de verkeerde weg bent, dat je verloren bent, het kan zomaar gebeuren. Maar even later kan melancholie opeens plaatsmaken voor euforie of onbekommerdheid, na een bocht in de weg, als een nieuw landschap zich ontvouwt, bij de plotse aanblik van een geelgors in een haag, of als het vooruitzicht van terras met echte drank en levende menselijke wezens zich aandient.

Aan het einde van een dag lijkt het soms alsof je week onderweg bent geweest; alleen maar gelopen en toch zoveel doorgemaakt. Zo beleef ik Mahlers Eerste symfonie. Alle uitersten, gemoedstoestanden van een dag wandelen gecomprimeerd in nog geen uur. Pas na drie keer luisteren te bevatten. De grenzen opzoeken en overschrijden, dat is wat ik hoor. En ik zie hem voor me, Mahler, zelf een verwoed wandelaar, al lopend door Wenen, of in de Hollandse duinen. Dan weer opgewonden, dan weer woedend en verongelijkt, dan weer droef, dan weer uitgelaten en begeesterd over een nieuw inzicht of een nieuw plan, dan weer verzoenend en vol van liefde. Overweldigend, dat is het woord. Zoals wandelen in je eentje. Het maakt je kwetsbaar, je loopt mentale risico’s, na iedere bocht de kans op een domper, of juist op een ontdekking of inzicht.

En zo komen we uiteindelijk vooruit.

Caspar Janssen (Zevenaar, 1962) is schrijver/journalist/columnist. Hij schrijft over natuur, landschap en mensen, voor onder meer de Volkskrant. Boeken, o.m.: Ontpopt; stedeling ontdekt natuur (2012), Het veen, de vlinder en de openbaring (2015) en In de ban van het beest (2015). Vanaf mei 2017 tot november 2018 maakte hij een voettocht door Nederland en deed daar verslag van in de Volkskrant onder de rubrieksnaam Caspar loopt. Hij beschrijft hoe het landschap in de laatste decennia in hoog tempo is veranderd, en waarom. In november 2019 verscheen het boek Caspar loopt.
Caspar Janssen probeert momenteel op zijn stadsbalkon wilde bijen en andere bestuivers te lokken met zoveel mogelijk wilde, inheemse planten. Ook hiervan doet hij verslag in de Volkskrant. Caspar is altijd op zoek naar nieuwe, lichtvoetige vormen om serieuze verhalen te vertellen.

Fotografie: Renate Beense

The Mahler Walks

Elke wandeling begint met een eerste stap, dus we geven je graag de perfecte kans om die stap te zetten. Twee wandelexperts hebben wandelingen van zo’n vijf kilometer samengestel met Mahlers Eerste Symfonie als inspiratie!

Bekijk The Mahler Walks