Mozarts Requiem

Het ontstaan van Mozarts laatste meesterwerk

Men neme een geheimzinnige opdrachtgever, een componist die veel te vroeg aan zijn einde komt en een mysterieuze voltooiing. Voilà, dit zijn de spannende ingrediënten voor wat een van Mozarts beroemdste werken zou worden: zijn Requiem. Op 28 juni a.s. voeren wij dit Requiem uit samen met Nationaal Gemengd Jeugdkoor op het openingsconcert van de Koorbiënnale in Haarlem.

Het verhaal begint op 14 februari 1791: op deze dag stierf de twintigjarige gravin Von Walsegg-Stuppach. Haar diepbedroefde echtgenoot laat een gedenkteken voor haar oprichten en heeft een lumineus idee: componist Wolfgang Amadeus Mozart uit Wenen moet een Requiem voor haar componeren. De muziekminnende graaf bestelde wel vaker composities, die hij dan vervolgens vrolijk overschreef om zich daarna als componist uit te geven. Dat was hij ook nu van plan dus de order moest discreet en anoniem geplaatst worden. Zo gezegd, zo gedaan. In de zomer van dat jaar stond er een bode op de stoep van Mozarts (laatste) woning aan de Rauhensteingasse 8 (tegenwoordig warenhuis Steffl). Het verzoek van de anonieme opdrachtgever werd gehonoreerd, de vijftig dukaten die in het vooruitzicht waren gesteld kon de armlastige Mozart goed gebruiken. Overigens kwam de opdracht ook goed uit voor Mozarts carrière. Hij had zijn zinnen gezet op de functie van kapelmeester aan de Weense Stephansdom en het werd daarom weer tijd religieuze composities te schrijven.

Een Requiem voor zichzelf?
Maar veel tijd was er niet. In de zomer werkte de 35-jarige Mozart aan de opera ‘La clemenza di Tito’ die begin september in Praag in première ging. Vervolgens stortte hij zich op ‘Die Zauberflöte’ die eind september voor het eerst werd opgevoerd. Pas in oktober kon Mozart eindelijk aan het Requiem beginnen. Ondanks een slechte gezondheid en een infectie bleef hij koortsachtig doorwerken, al zal het de laatste weken – als hij vooral aan bed gekluisterd is – steeds minder zijn. Het is in die tijd dat Mozart opmerkte dat hij het Requiem voor zichzelf schreef. Op de middag voor zijn overlijden worden met vrienden enkele delen gezongen en een schoonzuster vertelde dat Mozart op zijn sterfbed nog ‘met de mond de pauken in zijn Requiem wilde uitdrukken’.

Onvoltooid?
Toen Mozart op 5 december 1791 stierf, was het Requiem bij lange na niet af. Toch klonk het werk in ruwe versie vijf dagen later al in de Weense Michaelerkirche, voor een herdenkingsdienst geïnitieerd door vriend en librettist Emmanuel Schikaneder. Maar deze versie kon uiteraard niet aan graaf Von Walsegg worden gegeven. Het Introitus was gereed, van het Kyrie tot en met het Hostias waren de vocale partijen met basso continuo neergeschreven en er waren wat aanzetten tot instrumentatie. Mozarts allerlaatste krachtinspanningen hadden nog acht maten van het Lacrimosa opgeleverd, maar voor de rest stond weduwe Constanze (met twee kleine kinderen!) met lege handen. Daarbij stond ze financieel gezien er slecht voor en er moest dus wat gebeuren om het tweede deel van het honorarium te ontvangen. Haast was geboden en diverse vrienden en leerlingen van Mozart werden aangespoord om in het geheim met het Requiem verder te gaan. Het was uiteindelijk oud-leerling Franz Xaver Süssmayr die de complete partituur (met een vervalste Mozart-handtekening!) in februari 1792 aan graaf Von Walsegg overhandigde. En ja hoor, de graaf schreef de partituur keurig over en vermeldde zichzelf als auteur. Eind 1793 en begin 1794 voerde hij ‘zijn’ Requiem uit, niet wetende dat Constanze Mozart al op 2 januari 1793 de allereerste complete uitvoering bijwoonde in Wenen tijdens een voor haar georganiseerd benefietconcert. Overigens werd ook daar, net als in de partituur, het aandeel van Süssmayr verzwegen. Desondanks heeft hij kunnen zorgen voor een indrukwekkend muzikaal monument voor de veel te vroeg overleden componist.

Jan Jaap Zwitser

Openings
concert
Koorbiënnale - Mozart Requiem

vrijdag 28 juni,20:30 uur
Philharmonie, Haarlem

Meer info
GA TERUG NAAR NIEUWSOVERZICHT