Mara Oosterbaan

1e viool

Naam: Mara Oosterbaan
Instrumentengroep: 1e viool
Joined Residentie Orkest The Hague in: 2014
Studie: bachelor conservatorium Groningen, master conservatorium Den Haag, bachelor kunstgeschiedenis Rijksuniversiteit Groningen/Universiteit Leiden

Wie is je favoriete dirigent?

Ik vind het altijd een bijzonder genoegen om onder gastdirigent Richard Egarr te spelen. Niet alleen betreft dit vaak een repertoire dat me heel erg ligt (barok, vroeg-klassiek, Händel-opera’s), ook zijn ‘presence’ en stijl spreken me enorm aan. Hij heeft iets uitgesproken flamboyants en speels, zowel naar orkest als publiek toe, en is tegelijk uitzonderlijk muzikaal in zijn aanpak, met veel oor voor wat het orkest gezamenlijk in een stuk zou kunnen/moeten overbrengen. Dat hij zelf nog steeds op hoog niveau actief is als klavecinist en pianist, is daarbij goed tevens merkbaar en een grote plus.

Wie is je lievelingscomponist?

Het is voor mij zo goed als onmogelijk om er echt één componist of stuk uit te pikken. Wel denk ik dat mijn globale voorkeur in de klassieke muziek uitgaat naar de ‘extreme’ periodes: barok en (vroeg-)moderne klassieke muziek. Hierbij kan in eerste plaats gedacht kan worden aan barokcomponisten als Bach, Biber, Pandolfi, Corelli en ‘moderne’ componisten als Poulenc, Debussy, Ravel, Sjostakovitsj en Bartók. Wat mij in beide muziekperiodes het meeste aanspreekt, is de enorme subtiliteit, afwisseling en onvoorspelbaarheid die hen kenmerkt, meer – tenminste zo voel ik dat – dan een groot deel van de muziek van laat-klassieke en romantische signatuur. Ik wil er wel meteen aan toevoegen dat dit slechts een globale opmerking is, want natuurlijk kunnen ook stukken van pakweg Mozart of Mahler mij in uiterste vervoering brengen, in geval van een echt goede uitvoering.

Wat is de meest indrukwekkende locatie waar je ooit gespeeld hebt?

Wat mijn ervaring met grote orkestzalen betreft, is natuurlijk het Concertgebouw het toppunt: niet alleen een mooie zaal met allure en geschiedenis, maar tevens een met een geweldige akoestiek, waarin je jezelf en het orkest heel helder kan horen spelen.

Ik zou echter ook een concertje kunnen noemen dat ik heel wat jaren geleden met het Groningse Haydn-Jeugdstrijkorkest speelde, op onze jaarlijkse tournee. Dat was toen ergens in het zuiden van Frankrijk, in een prachtig kerkje hoog gelegen op een heuvel boven het dorp waar we verbleven, en ook nog heel laat op de avond, waardoor we – om het idyllische plaatje af te maken – vooral belicht werden door de maan en de sterren. Niet alleen was dit een prachtige setting, ik herinner me bovendien dat we bij de repetitie voor het concert al zó goed speelden met z’n allen – ik was aanvoerster – dat onze dirigent besloot om het concert zelf volledig aan ons over te laten.

Wat is je meest waardevolle herinnering aan het orkest?

Opnieuw kan ik moeilijk één herinnering in het bijzonder aanhalen, maar meer in het algemeen herinner ik me wel het geweldige gevoel van verschillende momenten waarop we echt met het héle orkest samen ‘muziek maakten’. Dat lijkt misschien wat vanzelfsprekend of nietszeggend, besef ik, aangezien we toch een professioneel symfonisch orkest zijn. Alleen blijkt het in praktijk dikwijls best moeilijk om verder te komen dan een technisch goede (of aanvaardbare) uitvoering van een stuk, waarbij elke instrumentengroep en zelfs elk orkestlid soms toch sterk op zijn eigen partij gefocust blijft, en om door te stoten naar het soort samenspel dat een gemeenschappelijk verhaal te vertellen heeft, waarin de diverse klanken en partijen eenzelfde muzikale oriëntatie hebben.

Hoe ziet jouw week bij het orkest eruit?

Maandag is in principe onze vrije dag, dus dan hou ik meestal enigszins ‘weekend’, bijvoorbeeld om wat op te ruimen, boodschappen te doen en met mensen af te spreken. Toch probeer ik van die vrije tijd meestal ook gebruik te maken om te studeren, zowel voor de partijen van de aanstaande week als voor mezelf – eigen projecten en standaardoefeningen.

Dinsdag, woensdag en donderdag zijn vervolgens de voornaamste repetitiedagen. Dan moet ik gewoonlijk om 10 uur op de repetitie zijn, meestal in de repetitiezaal aan de Meppelweg, die tot 13 of 16 uur duurt, afhankelijk van het schema en de geboekte vooruitgang. Tussendoor heb ik af en toe ook een vergadering met het artistiek beraad, en soms volgt ’s avonds een extra repetitie, van 19 tot 22 uur. Indien ik niet te veel projectjes naast het reguliere werk heb, probeer ik na en tussen repetities door op de meeste dagen weer wat te studeren. En als het even kan ga ik ergens nog naar het zwembad om ter ontspanning wat baantjes te trekken.

Vrijdag is over het algemeen een heel drukke dag, met ’s morgens generale repetitie en ’s avonds voorstelling in het Zuiderstrandtheater (of occasioneel elders). Zaterdag is dan vaak net weer iets rustiger, met hooguit een voorstelling in de avond; ook hier vind ik dan wat meer tijd voor ontspanning en nevenactiviteiten. Ten slotte is zondag de dag van de matinee, het middagconcert, in het ZST of elders. Hierdoor ben ik ’s avonds zo goed als altijd vrij, ofschoon me dan niet zelden de energie ontbreekt om nog veel te ondernemen.

Natuurlijk is dit een doorsnee week bij het Residentie Orkest en kunnen weken waarop ik niet speel er heel anders uitzien, doordat ik me dan voor heel wat andere dingen engageer, zoals concerten met kleinere ensembles of vervangingen in andere orkesten.

Wanneer was je voor het laatst tot tranen geroerd?

Hier zou ik toch de opera ‘Dialogues des carmélites’ willen noemen, die we afgelopen najaar in De Nationale Opera in Amsterdam meermaals hebben uitgevoerd. Sowieso ben ik al snel gecharmeerd van de muziek van Poulenc, maar dit was toch nog een ervaring op zich: de manier waarop instrumenten, zang en verhaal hier samengingen – en hoe wij dit als orkest soms ook werkelijk uitstraalden – wist me keer op keer aan te grijpen, tot mijn eigen grote verrassing. En ook vanuit het publiek voelde ik daarbij vaak een intense betrokkenheid, wat door de regie en het uitgesproken verhalende karakter van een opera natuurlijk des te makkelijker kan worden bewerkt.

Waarom ben je muzikant geworden?

Ik heb eigenlijk heel lang getwijfeld om professioneel muzikante te worden, zelfs toen ik mijn studie kunstgeschiedenis in Groningen al combineerde met het conservatorium. Niet alleen leken nog zoveel andere dingen me minstens even interessant, ook wist ik echt niet of ik wel uit het juiste hout gesneden was voor zulk werk: de techniek, de druk, het samenspelen, het eigen wereldje… Ik dacht weliswaar op alle vlakken een redelijke basis te hebben en wist best dat ik enorm veel plezier kon scheppen in de muziek en het spelen, maar ik heb me alsnog echt moeten laten overhalen. Misschien heb ik deze weg uiteindelijk wel precies gekozen omdat hij me ergens de minst gemakkelijke en vanzelfsprekende leek, waarbij ik me ook steeds voorhield dat ik maar stap voor stap moest ontdekken of het nu werkelijk wat voor mij zou zijn. En hoewel inmiddels zeker is gebleken dat de professionele klassieke muziek beter bij me past dan ik lang heb gedacht, probeer ik altijd alert te blijven, om zelf actief te streven naar een manier van spelen, een muzikale visie, die ik steeds opnieuw vol plezier en overgave kan vertolken.

Mijn concerttips

Allereerst kan ik twee klassiekers aanraden die werkelijk nooit ophouden te boeien en te verrassen: Mahlers Vierde symfonie in februari en de ‘Matthäus Passion’ in april. Stilistisch en qua opzet heel verschillend natuurlijk, maar beiden an sich overdonderend rijk muzikaal, en voor mezelf steeds weer uitnodigend tot een zo doorleefd mogelijke interpretatie.

Zelf kijk ik ook erg uit naar de productie in de Koninklijke Schouwburg, in mei, waarin orkestmuziek, lyriek en toneel door mekaar zullen lopen. Tevens met een mooi en gevarieerd orkestprogramma, dus dat lijkt veelbelovend.

En ten slotte is er eind mei nog het concert met Richard Egarr, de dirigent die ik eerder heb vermeld, dit keer met mijn collega Gideon den Herder als solist (cello). Zonder meer zal Richard er weer een muzikaal sprankelend gebeuren van maken, voor orkest én publiek.