Column door Ronald Touw

Sven Arne Tepl, onze eigenzinnige artistiek directeur, kwam laatst met een idee. Scepsis overheerste toen ik er over nadacht, het was wat mij betreft gedoemd te falen. Sven, zei ik, wij zijn een orkest dat graag het avontuur opzoekt, maar dit heeft geen kans van slagen. Toch wel, zei hij stellig. En hij wilde het bewijzen.

Afgelopen zondag was het zover. Locatie: de Stadsgehoorzaal in Leiden. Programma: Beethovens Vijfde symfonie. Vervuld van twijfel betrad ik samen met mijn collega-musici de grote zaal. Nee, niet het podium. Wij mengden ons onder het publiek. En dat moet u letterlijk nemen: de orkestleden zaten verspreid over de hele zaal, tussen en omringd door de luisteraars! Op een hoog staketsel in het midden: dirigent Bas Wiegers. Hem kon ik zien. Mijn collega’s zag ik niet. Een volstrekt onwerkelijke situatie. Kafkaesk – dat is het woord dat in mij opkwam. Was ik hier als orkestlid of als luisteraar? Werden wij verondersteld in deze omstandigheden een concert te geven?

Maar de dirigent hief zijn bâton, sloeg een opmaat, en wij speelden. En er gebeurde iets vreemds. Om mij heen wolkte van alle kanten Beethovens Vijfde symfonie op, van overal stormde de muziek op mij toe, en ik sloot mij aan, ik gaf toe, liet mij meevoeren en speelde de Vijfde zoals ik hem nog niet eerder heb gespeeld: geen zicht op mijn collega’s, puur op gehoor, omringd door zeer aanwezige luisteraars, hun oren en ogen luttele ellebooglengten van mij verwijderd. Het was hard werken, met als enige visuele input het heftige zwaaien van de dirigent. Het was zweten en pezen zoals ik op het podium zelden meemaak. En het was vreemd te merken hoe in deze toestand de muziek mij toch één maakte met mijn collega’s; hoe wij de muziek toch tot leven konden brengen en de luisteraars juist met hun lichamelijke nabijheid een geheimzinnige sub-zintuiglijke kracht door het onzichtbare orkest joegen, die ons op de toppen van ons kunnen bracht. We hebben Beethovens Vijfde nog nooit zó gespeeld. En de ovatie die na het slotakkoord losbarstte bezorgde mij rillingen.

Want de luisteraars waren razend enthousiast. De superlatieven waren niet van de lucht. ‘Het was géwéldig!’, riep iemand. ‘Zoveel dingen gehoord die anders onhoorbaar blijven,’ zei een ander. En toen deze opmerkingen van een echtpaar dat vlak bij mij zat: ‘Nooit eerder had ik het gevoel zo dicht bij de muziek te komen.’ ‘En we voelden jullie energie zo nabij, dat was ontroerend.’

Sven, ik ben overtuigd. Maak hier maar een serie van!

Ronald Touw, eerste violist

GA TERUG NAAR NIEUWSOVERZICHT