"Terug bij het Residentie Orkest is altijd bijzonder"

De Nederlandse dirigent Ed Spanjaard is geen onbekende voor het Residentie Orkest. Al meer dan 25 jaar staat hij regelmatig voor het orkest. Op 12 en 14 oktober dirigeert hij een aantal wereldpremières waaronder het Pianoconcert van Ton de Leeuw uit 1948.

Hoe is het om weer terug te zijn in Den Haag?

Terug bij het Residentie Orkest is altijd bijzonder. Begin jaren negentig maakte ik met het orkest een cd – in hun grote en indrukwekkende project van Nederlandse componisten – met werk van o.a. Hendrik Andriessen. Diens zoon Louis schreef me hoe verguld hij was met onze uitvoering. En juist van hem voerden het Residentie Orkest en ik een werk uit (met film) tijdens mijn vorige engagement bij het orkest.

Hoe is het om zoveel wereldpremières tijdens een concert te dirigeren?

Een ‘première’ van Mozart is natuurlijk iets bijzonders. De talentvolle joodse musicus die het orgelwerk instrumenteerde, werd niet ouder dan 25 jaar, en stierf in een van de concentratiekampen. Deze Dick Kattenburg was bevriend met mijn moeder, aan wie hij twee fluitcomposities opdroeg.
Ton de Leeuw heb ik goed gekend, en in zijn aanwezigheid heb ik twee premières van zijn werken gedirigeerd, waaronder zijn (latere) pianoconcert ‘Danses Sacrées’ in een Zaterdagmatinee. Met Ralph van Raat als solist heb ik eerder, en met plezier samengewerkt in composities van Bartók en Tan Dun.
De laatste keren dat ik het Residentie Orkest beluisterde, zetten de musici zich met grote professionaliteit en flexibiliteit in voor enkele van de meest getalenteerde jonge directiestudenten, van wie ik een van de docenten ben. Een repetitiesessie met Beethoven en een concert met een Shostakovitsj-symfonie herinner ik me met plezier.

Welke muziek luistert u in de auto?

Reizen doe ik meer per trein dan per auto. Als ik rijd, luister ik op het ogenblik het liefst naar Alicia de Larrocha, onovertroffen in Spaanse pianomuziek.

GA TERUG NAAR NIEUWSOVERZICHT