Jezus Christ, Superstar!

Of niet?

Als kind dacht ik er soms over na hoe het zou zijn als ik een superheld was. Ik zou alles kunnen op mijn skateboard en niemand zou me pesten vanwege mijn witte winterjas met rode stippen. Een lekkere fantasie was het die toch nooit zo lang duurde. Want als je bijna alles kunt, waarom zou je dan nog dingen proberen in het leven?

Een superheld zijn is maar beperkt interessant en daarna wordt het saai. Om eerlijk te zijn aarzel ik of een superheld wel een held is. Een held ben je als je boven jezelf uitstijgt, als je iets doet dat je eigenlijk doodeng vindt. Een superheld is iemand die gewoon veel of zelfs bijna alles kan. Die hoeft zichzelf niet te overwinnen.

Veel christenen zien Jezus zoals Tijs van den Brink hem recent omschreef: Jezus was ‘de perfecte mens’ en ‘ook nog eens God’. Zo’n Jezus dreigt een bloedeloze, eendimensionale superheld te worden: hij kan niets meer doen wat conflicteert met zijn goddelijke aard, enkel nog perfect zijn.

In Mel Gibson’s The Passion of the Christ is Jezus een triomferende held die zich bovenaards kalm houdt temidden van marteling en overvloedig opspattend bloed. Het is gruwelijk en ik word er onpasselijk van, maar raken doet het me niet. Jezus belichaamt mannelijke, onaangedane perfectie die het kwaad overwint. Boring.

Wat mensen begerenswaardig maakt, is hun vermogen er een potje van te maken. Een held bestaat bij de gratie van falen. Ze zijn niet interessant omdat ze zoveel kunnen, maar om wat ze in zichzelf te overwinnen hebben.

Ik heb mijn helden het liefst als anti-helden. Als mensen met zwakheden. Niet zoals bij Superman (‘ik kan alles, enkel niet tegen kryptonite’), maar met onhandige en aan het sneue en irritante grenzende eigenschappen. Helden bij wie het lycra niet om hun biceps gespannen zit, maar die uitblinken in alledaagsheid.

Jezus boeit me als hij niet perfect is. Jezus die eenzaam is, boos wordt, in verleiding wordt gebracht, huilt, bang is, onhandige dingen zegt – allemaal dingen die in de Bijbel over Jezus geschreven staan. Jezus herken je aan zijn wonden. Gibson heeft ergens gelijk: Jezus is een gewond mens. Maar de verhalen over Jezus zijn interessanter als faalverhalen. Dat bloed is niet als triomf, maar een beetje aanstootgevend en irritant. Jezus als een gewonde Gutmensch die aan zijn einde kwam nog voordat zijn missie echt van de grond kwam.

Falen doen we frequenter dan slagen, je hoort er alleen een stuk minder over. We doen graag alsof we meestal succesvol zijn. Dat is vermoeiend en ook saai. Laat je wonden zien en je littekens. Je rimpels. Laat zien hoe het leven je gevormd heeft. En, vooruit, ook hoe je, een enkele keer, van de weeromstuit soms een held bent.

Janneke Stegeman,
bijbelwetenschapper en voormalig Theoloog des Vaderlands

Ontdek de kracht van Tsjaikovski

De Vijfde van Tsjaikovski! Een goed voorbeeld van hoe muziek je kan stimuleren om het beste in jezelf naar boven te halen. Krachtig, opzwepend; aanjagend zelfs, en daarmee dé soundtrack die je inspireert en ondersteunt bij het realiseren van grote en kleine dromen! Alsof Tsjaikovski in je oor fluistert: ”Je kan het! Ik geloof in je. Droom. Wees ambitieus. Dit is je moment: maak het waar en word je eigen held!”

Dat thema: de held in jezelf ontdekken en je eigen held worden, hebben we als Residentie Orkest omarmt. De maand maart wordt de maand waarin we jou helpen je eigen held te worden. Ontdek de kracht van Tsjaikovksi en word je eigen held.

Lees verder