Vaarwel Rokkostuum

Symfonieorkesten en rokkostuums: ze lijken onafscheidelijk. Maar het rokkostuum is een relikwie uit de tijd dat de 19e eeuw oud was en de uitzinnige 20e eeuw nog moest beginnen. Mensen, we leven nu in de 21e eeuw! Mogen we nu eindelijk eens gaan shoppen voor iets moderners? En ja, eindelijk mag dat. Mijn rokkostuum kan in de mottenballen!

Over het rokkostuum werd in het Residentie Orkest al een halve eeuw gedebatteerd. Begin jaren ’90 vond tijdens de pauze van een concert een discussie plaats over ‘de rok’ tussen toenmalige jongelui (mijzelf incluis) en leden van de oudere garde. Een van hen, een wat kleine man met een forse buik, zei: “Een rokkostuum staat iedere man goed.” En hij stond op en toonde ons trots zijn gelijk. Discussie gesloten.
Een rokjas doet inderdaad een paar goede dingen voor het vege lijf. De halve rok en het korte, open voorpand creëren een lijn die ook een wat gebogen man er rechter laat uitzien. Bovendien leidt het de aandacht af van een grote(re) buik, die bovendien wat kan krimpen of uitdijen zonder dat er meteen een nieuwe rok moet worden gekocht. Peperduur, die dingen.

In dertigplus jaren concertarbeid heb ik een stuk of vijf rokkostuums versleten. Nu ben ik violist en dat heeft als gevolg dat de oksels na een paar jaren strijkgeweld hevig gaan rafelen. Geeft niet, daar ziet niemand wat van. Maar andere dingen zijn wel zichtbaar. Zoals ons witte strikje. Dat is al heel lang geen zelfgestrikt zijden lint meer, maar een voorgeknoopt stukje katoen met een elastiekje. Na één minuut vioolspelen hangt dat ding op half elf. Ziet er niet uit!

Zoals gezegd: het rokkostuum staat iedere man – en vrouw – geweldig. Maar let op dat woordje ‘staat’. Zodra je gaat zitten, is het effect heel anders. De fraaie rechte lijn van staarttip naar strik verdwijnt subiet, een kromme man blijft krom. En het wijdopen, korte voorpand laat een wat grotere buik zeer zichtbaar over de dijen puilen. Bovendien plemp je je billen op de staarten en moet je, met je instrument in de ene hand, met de andere hand die flappen met een tamelijk onelegant gebaar van je achterwerk verwijderen en aan weerszijden van je stoel frutselen – en het publiek kijkt toe.

Hoogste tijd voor iets nieuws! Mijn ideale concertkleding? Fraaie jeans en T-shirt, met daarop het vlammende logo van mijn persoonlijke sponsor. Bijklussen terwijl je werkt, da’s pas modern! Dat voorstel redde het helaas niet, maar ik ben erg blij met het kostuum (een vleug blauw!) dat couturier Michael Barnaart voor ons heeft ontworpen. Fraaie lijnen die er vanuit elke invalshoek goed uitzien, of we nu zitten of staan. Vanaf nu zien de heren in uw orkest er niet meer uit als tijdreizigers. Wel klassiek, maar eigentijds. En dus typisch Residentie Orkest!

Ronald Touw, eerste violist

GA TERUG NAAR NIEUWSOVERZICHT